RACEVERSLAG TCS MIZUNO HALVE MARATHON

14 april 2017 schreef ik mij in voor de halve marathon in Amsterdam. Een halfjaar later, op 15 oktober 2017 liep ik dan eindelijk mijn eerste halve marathon. Ik blik in deze blog terug op de laatste week en de race zelf. 

Het is de laatste week en de hele week voel ik de zenuwen al borrelen. Gezonde spanning, maar ergens ook bezorgdheid. Mijn enkel voelde niet goed, en daar baalde ik van. Tijdens één van de laatste trainingen bij de vereniging heb ik me verzwikt. Niet ernstig, maar genoeg om een geïrriteerde enkelband eraan over te houden. Die voelde ik al een week of 2, het zou toch niet op het laatste moment misgaan he!

Dinsdag liep ik mijn laatste rondje, waardeloos. Een stijve spier in m’n rechtervoet, het tintelde, ik voelde m’n enkel. Kortom, niet het rondje waarmee je wilde afsluiten voor zondag. Die woensdag zou ik bij mijn fysio langsgaan om alles nog een keer te checken en indien nodig de enkel te tapen.

Die woensdag meldde ik mij netjes bij de fysio. Na wat voelen en draaien was de conclusie: niks aan de hand, je kunt hier prima mee lopen. Nou fijn, kon ik dat toch een beetje opzij zetten. Bewust niet getapet want je bent er dan onbewust toch mee bezig. Dus alles was losgemaakt en gemasseerd, ik was er klaar voor zo.

Donderdag deed ik nog een laatste fitnesstraining, nog even m’n gedachten verzetten en even zweten. Een lichte training want ik moest geen spierpijn hebben voor zondag natuurlijk. Uiteindelijk was dit nog een hele fijne training!

Vrijdag had ik de hele dag een congres, maar die enkel. Ik voelde het gewoon weer. Ik was er niet gerust op. En toen ik naar huis ging schoot er ineens ook een pijn door m’n been en rug. Dat was gelukkig gauw voorbij, maar ik leek ineens van alles te hebben. Alsof ik compleet paranoia was geworden en allerlei pijntjes had. Die vrijdagavond heb ik nog lekker kunnen ontspannen en ben ik uiteten geweest met lieve vrienden. Uiteindelijk ben ik op zaterdagochtend toch nog bij de fysio geweest. Nog een keer wat gemasseerd en dat voelde beter. Ik was gerustgesteld. M’n enkel zou gewoon gaan meewerken zondag.

Zaterdagavond had ik pannenkoeken gemaakt, gelijk wat extra gebakken zodat ik er zondagochtend mee kon ontbijten. ’s Avonds ben ik nog even relaxed bij mijn moeder geweest (pa is in het buitenland) en om half 10 richting huis gegaan en naar bed gegaan. Om 22:00 uur lag ik erin en ik was al gauw vertrokken.

De volgende ochtend werd ik rond 8 uur wakker. Prima tijd, bijna 10 uur geslapen dus ik had voldoende nachtrust gehad. Op mijn gemak heb ik ontbeten en al mijn spullen ingepakt. Rond 10 uur reed ik naar mijn ouders om mijn broertje op te halen, hij ging samen mee met mijn tante. Het was even zoeken in Amsterdam waar ik moest zijn maar al gauw had ik het gevonden. Rond kwart 12 was ik bij de expo om mijn nummer op te halen. Dat ging lekker vlug, want ik had binnen 1 minuut m’n nummer. Dus nog even rondgelopen bij alle shops en nog een t-shirt als aandenken gekocht. Toen werd het tijd om m’n nummer op te spelden en nog wat te eten. Een banaan en een breaker gingen er nog in. Want enorme trek had ik niet, twee pannenkoeken vullen aardig!

We waren rond 13:00 uur bij de startvakken, daar moest ik nog een tijdje wachten. Wat een mensen, maar geen moment heb ik een benauwd gevoel gehad dat het te krap was of zo iets. Nog tijd voor een fotootje hier en daar en toen was het tijd voor mij om klaar te gaan staan in het startvak. Roze, daar moest ik zijn: helemaal achteraan dus. Het zou dus wel even duren voordat ik weg zou zijn. Uiteindelijk ging ik om 14:00 uur onder de startboog door.

 

Het was de eerste kilometers een beetje slalommen, maar ik startte in het juiste tempo, 6:30/km. Uiteindelijk vond ik een groepje jongelui die dit tempo liepen. Daar heb ik 5 kilometer bij gelopen totdat zij bij de eerste waterpost kwamen en daar stopten. Ik ben rustig doorgelopen ondertussen en kon weer aanhaken bij andere lopers. Maar ik merkte al gauw dat m’n benen snel vol liepen en de vermoeidheid al te vroeg toesloeg. Bij kilometer 7 ben ik even gaan wandelen zodat ik kon eten, maar jeetje wat was het warm. Het was alsof een deken over me heen kwam. Uiteindelijk weer gaan dribbelen en rustig doorgelopen tot de volgende post bij kilometer 10. Het was inmiddels glibberen over de sponzen en papperige papieren bekertjes. Bij de waterposten besloot ik om vanaf kilometer 10 maar iedere keer water aan te pakken. Dat was koeler dan in mijn rugzakje dus dat was wel prettig, plus ik kon dan ook even veilig de posten doorkomen 😉

Na kilometer 10 kwam tot kilometer 15 een raar stukje. Ik weet eigenlijk niet meer echt hoe het ging, want wat ik me vooral herinner is dat het slalommen was om de ambulances heen. Ik schrok er best van, er vielen behoorlijk veel mensen uit op dit stuk. Toen begon ik even na te denken, want ik voelde dat het steeds zwaarder werd. Wilde ik op m’n tandvlees naar de finish lopen op tempo en het risico lopen dat ik er niet lekker van werd, of slim wezen en veilig de finish halen? Ik koos voor het laatste. Ik wilde finishen en die tijd kon me gestolen worden. Die medaille ophalen en uitlopen, dat was mijn doel!

Bij kilometer 17 was ik het ergste weer door leek het. Ik werd soms overvallen door de tranen die achter mijn ogen stonden te prikken. Want ik wist inmiddels, dit ga ik halen: er was niets wat nog in de weg stond. Vooral rustig doorlopen en even stevig wandelen als het teveel werd. Zo ben ik naar de finish gekomen. Niet de schoonheidsprijs, man ik baalde er best van op dat moment. Maar ik besefte ook: er zat niet meer in. Dus het enige wat ik kon doen was accepteren en doorgaan zo goed en zo kwaad als ik kon.

De laatste kilometers werd ik gedragen door het publiek leek het wel. Zoveel mensen die roepen en staan te klappen. Wauw! Het was echt ongelofelijk zo mooi. De laatste kilometer, god daar was ie dan eindelijk he: ik stond te vechten tegen de tranen. Dit was het dan, dit was waar ik een halfjaar voor getraind heb, maar waar ik al een jaar mee bezig was. Waar ik pijn voor heb moeten trotseren en grenzen heb moeten verleggen. Maar bovenal, dit was de race van het jaar die ik wilde opdragen aan mijn oma. Ze wist dat ik deze race zou lopen en dat vond ze zo ontzettend knap en dapper. Ik ben blij dat ze dit nog geweten heeft. De laatste 500 meter, een enorme mensenmassa en daar ging ik dan: het Olympisch stadion binnen!

  

Dit waren de laatste 300 meter. Ik heb nog één keer de motor aangezet en kon nog een eindsprint van 13km/h lopen. Nog even gauw wat mensen inhalen en met mijn armen in de lucht de finish over. Dit was het!!! Het was klaar. 2:36:24 was de eindtijd. Ik had graag onder de 2:30 gelopen, maar dit was wat erin zat. Ik was een beetje misselijk toen ik de finish overkwam maar dat gevoel verdween al gauw. Ik heb om me heen gekeken en gauw wat foto’s gemaakt en vervolgens mijn medaille opgehaald. Daarna heb ik m’n moeder opgebeld en dat was het moment dat ik volledig brak. Ze was zo trots en ook op het feit dat ik dit voor oma gedaan heb. Daarna gelijk mijn vader gebeld, die had vanuit Duitsland mijn hele race kunnen volgen. Ook hij zo trots als een pauw!

Na de finish heb ik gauw mijn tante en broertje opgezocht. Maar ik moest even zitten, want mijn rug: die wilde even niet meer. De zwakke plek! Ik moest even bijkomen. Ondertussen gauw mijn medaille laten graveren en de schoenen even uitgedaan. Tjonge jonge. Wat was dit een spektakel. Nu denk ik, heb ik wel 21 km gelopen, want zo voelde het niet qua beleving. Maar ik heb het toch echt gedaan. Van iedere minuut genoten, om me heen kunnen kijken. Kunnen lachen om wat ik onderweg zag en zonder pijn of ellende de finish kunnen halen. Ja dat is ook mooi en fijn om op terug te kijken.

Het waren zware maanden in aanloop naar Amsterdam. Maar ik heb het vertrouwen in mijn lichaam gekregen dat ik dit echt kan. Mentaal was het zwaar, maar ik hoop volgend jaar een revanche te kunnen nemen. Want Amsterdam: ik kom volgend jaar terug! Beter, sneller en sterker! Dat wordt 2018 voor mij. De komende maanden ga ik wat rust nemen en vooral trainen. Minder wedstrijden en meer trainen op snelheid. Want het zit erin, dat weet ik.

Het is raar om nu te beseffen dat ik even geen trainingsdoel meer heb. Maanden lang heb ik getraind voor één doel, en nu is er niks meer. Dat is best gek. Geen marathon dan? Nee, die doe ik voorlopig nog niet. Het lijkt me heel gaaf, maar mijn lichaam is nog niet sterk genoeg om dat aan te kunnen. Dus dit laat ik voor 2018 in ieder geval nog varen. Wie weet in 2019….

 

Lieve volgers, ik wil jullie ontzettend bedanken voor al jullie lieve woorden en opbeurende berichten in de afgelopen maanden. Het heeft me sterk gemaakt en doorzettingsvermogen gegeven. Het was fijn om dit te mogen ontvangen. Duizendmaal dank daarvoor!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *